Het Openbaar Ministerie heeft vrijdag twaalf jaar cel geëist tegen twee mannen die worden verdacht van een aanslag op een Rotterdamse advocaat in december 2024. Toen ging een explosief af onder zijn auto, terwijl hij stond te wachten voor het stoplicht bij de Maastunnel in Rotterdam. De advocaat was die ochtend onderweg naar zijn werk. Hij raakte niet gewond, zijn Mercedes liep wel schade op.
Onder de auto, aan de achterkant bij de benzinetank, zat springstof, die op 11 december rond 08.30 uur waarschijnlijk ontplofte door in te bellen op een modem. Het zorgde ervoor dat de airbag openging, de achterband leegliep en stukken plastic van de auto afvlogen.
De officier van justitie sprak van een "mislukte liquidatie". Ze noemde geen motief voor de aanslag. "Het is je ergste nachtmerrie, een aanslag op je leven terwijl je niet weet waar de dreiging vandaan komt." Het slachtoffer opperde dat het mogelijk te maken kon hebben met een conflict met de eigenaar van een coffeeshop waar hij werkte in zijn studententijd.
Verdenkingen
Justitie denkt dat Franklove A. (43) en Juri G. (36) de aanslag "uitvoerig hebben gepland en voorbereid". Zij zouden op verschillende plekken voorverkenningen hebben gedaan bij adressen waar de advocaat verbleef, het explosief onder de auto hebben geplaatst en dat de volgende ochtend tot ontploffing hebben gebracht.
Volgens justitie zijn de twee bij de voorbereidingen verschillende keren te zien op camerabeelden. Daarbij zou een door G. gehuurde auto zijn gebruikt. Ook steunt het OM in de zaak op heimelijk opgenomen gesprekken van de verdachten in de gevangenis, automatische kentekenplaatherkenning en telefoongegevens. Daaruit zou volgens justitie blijken dat G. belde om de explosie te veroorzaken in het bijzijn van A.
Verdediging
G. heeft bekend dat hij een simkaart kocht voor een peilbaken dat onder de auto van de advocaat zat. Verdere betrokkenheid bij de aanslag ontkennen de mannen. "We hebben allebei niks met een poging moord of poging doodslag te maken", zei G. "Dat kan ik met mijn hand op mijn hart zeggen."
De verdediging van de twee verdachten vindt dat er te weinig bewijs is om tot een veroordeling te komen voor het plaatsen en laten afgaan van het explosief. Zij willen dan ook dat hun cliënten worden vrijgesproken. Als het aan het OM ligt, moet G. ook nog een voorwaardelijke straf uitzitten die hem eerder was opgelegd.
Door: ANP